Net zoals ballroom een verzamelnaam is voor verschillende dansstijlen als de Weense wals, foxtrot en chachacha, kent de flamenco verschillende stijlen (palos). Een stijl is een flamencovorm die zich onderscheidt door melodie, harmonie, ritme, tempo en opbouw. Er zijn ongeveer vijftien stijlen die vaak worden gedanst en die ook vaak in het lesrooster terugkomen. In totaal zijn er tussen de dertig en honderd flamencostijlen, afhankelijk van hoe je ze telt (tel je de tango bijvoorbeeld als één, of beschouw je de tango’s uit Triana, Granada, Málaga en Extremadura als aparte stijlen?).

Compás
In de flamenco is het ritme (compás) heel belangrijk. In de westerse muziek overheersen de driekwartsmaat en vierkwartsmaat, maar in de flamenco heb je meer variatie. Zo kennen veel flamencostijlen een compás in twaalf tellen. Als je wat langer met flamenco bezig bent, ga je vanzelf een inwendige flamenco-metronoom ontwikkelen, zodat je het compás gaat voelen in plaats van het te tellen.

Karakter
Iedere flamencostijl heeft zijn eigen karakter. In feite heeft de flamenco voor iedere gemoedstoestand een eigen stijl: vrolijk, verdrietig, uitdagend, ingetogen… de flamenco kan het allemaal uitdrukken.